Een vluchteling in huis (7): “Het kost veel minder tijd dan een pleegkind”

Posted on Posted in fotografie, interview, portret, tekst

Hoe is het om je huis te delen met een vluchteling? De gast van Joanne en Cees Jan doet zo haar best om niet tot last te zijn, dat ze soms niet eens merken dat ze thuis is. Ze vinden het eigenlijk best relaxed zo. “Het kost veel minder tijd dan een pleegkind, daarom kunnen we het goed combineren met ons werk.”

Joanne (28) kocht samen met Cees Jan (29) een ruim appartement in Amsterdam, omdat ze graag gastvrijheid aan anderen wilden bieden. Nu logeert er al ruim een half jaar een vluchtelinge uit Sudan bij hen.

Ze zou maximaal twee weken bij ons blijven. Maar na die twee weken was er nog maar weinig bekend over haar situatie. Dus bleef ze wat langer. Toen was er nog steeds nergens uitzicht op, en bleef ze nog langer. Daarna moest ze wachten op een operatie, en die werd uitgesteld. Inmiddels zit ze al ruim een half jaar bij ons. We willen haar graag helpen, maar zolang zij hier zit hebben we geen ruimte om andere mensen op te vangen. En het is voor haar natuurlijk ook geen oplossing. Ze zal toch weer zelf moeten gaan zwemmen.

Wildvreemde mensen

We hadden eigenlijk geen flauw idee waar we aan begonnen. Daarom dachten we, we beginnen rustig, voor een periode van twee weken. Dat ze er nog steeds is, komt ook omdat we ons nog steeds oké voelen als ze thuis is. Al voelt het in huis net iets minder vertrouwd dan als je met z’n tweeën bent. Maar ik verplaats me ook in haar, zit je ineens in een huis met wildvreemde mensen.

In haar pyama

We werken allebei fulltime, dus zijn veel weg. We bieden haar een thuis en een luisterend oor, maar we kunnen haar geen dagbesteding bieden. In het begin was ik daar wel meer mee bezig. Ik had een keer geregeld dat ze zou helpen koken op de bruiloft van een vriendin. Op de dag zelf stonden we klaar in onze mooie kleren, kwam zij in haar pyjama haar kamer uit. Ging ze toch niet mee. Toen heb ik de hele dag heel hard moeten rennen en vliegen om alles zelf te doen. Dat vond ik heel confronterend. Maar het was ook het moment dat ik besloot niet meer zoveel verwachtingen te hebben. Daarmee nam ik wat afstand en werd het voor mij vrijblijvender en makkelijker.

Ze zit meestal op haar eigen kamer. Soms merk je niet eens dat ze er is, dan komt ze na een paar uur ineens haar kamer uit. Ze wil ons zo min mogelijk tot last zijn, ze wil ook niks van ons eten gebruiken. We hebben iedere dag wel even een contactmoment, meestal gaat zij koken als wij net zitten te eten. We delen natuurlijk de keuken en badkamer, maar dat gaat prima. Soms heeft zij ineens de hele afwas gedaan.

Een pleegkind kost meer tijd

We zijn hier naartoe verhuisd omdat we meer ruimte wilden hebben om gastvrij te zijn. Ik heb er ook wel aan gedacht om een dag minder te gaan werken en vrijwilligerswerk te doen. Maar toen bedacht ik me dat ik dan hetzelfde werk in vier dagen moet doen in plaats van vijf. Toen hoorden we van vrienden dat ze een vluchteling opvingen en dachten we, dat is eigenlijk best relaxed. We zijn niet zo heel veel thuis en die ruimte hebben we nu. We hebben ook wel aan een pleegkind gedacht, maar dat kost tijd, en dit is veel beter te combineren met een vaste baan.

Onze families denken: oh, dat jullie dat doen, dan loopt er zomaar iemand rond in je keuken. Zij denken vooral aan hun eigen privacy. Maar ik denk dat we uiteindelijk niet veel last van haar hebben.

Griesmeelkoek

Sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn, ze is hier gewoon. Daar ga ik geen mooie woorden aan vuil maken. In het begin kreeg ik veel energie van het gevoel dat ik iets voor iemand kan betekenen. Maar ik vind niet dat je dingen alleen maar moet doen omdat het jezelf een goed gevoel geeft. Als iemand lang bij je in huis is verval je toch gewoon in je eigen karakter. Als de nieuwigheid eraf is brengt het je niet echt iets. Ja, nieuwe recepten. Voor griesmeelkoek. Maar daar tegenover kost het ons ook niet echt iets.

Vragen over onze roeping

Als ik het er met anderen over heb, merk ik wel dat ze het heel erg ophemelen van: oh, wat goed van jullie. Maar ik ga gewoon naar mijn werk en er zit iemand in die kamer, het voelt niet alsof ik iets heel goeds doe. Ik voel me wel machteloos dat ik niet echt iets aan haar situatie kan veranderen. Moeten we niet nog drie stappen harder voor haar lopen, denk ik soms wel. Ik heb mezelf veel afgevraagd wat God nou van ons vraagt. Dat we omzien naar onze naasten, ja, maar is het dan de bedoeling dat je heel veel doet voor één persoon, of moet je zoveel mogelijk mensen een beetje proberen te helpen. Ik heb niet echt een schuldgevoel tegenover God, maar wel vragen over wat onze roeping is.

Schuldgevoel

Ik weet ook niet of God de belangrijkste motivatie is om dit te doen. Het speelt wel mee, maar het zit meer in onze opvoeding en overtuiging in het algemeen. Dezelfde vragen herken ik ook bij mensen zonder religieuze overtuiging. Ik denk dat wij allebei het gevoel hebben dat we het supergoed hebben en ons afvragen wat je daarvan kan delen. We hebben bijna een schuldgevoel dat we het zo goed hebben. We komen allebei uit een stabiel gezin, en zelfs daar voel ik me weleens schuldig over.

Zij is moslim, en ik geloof echt wel dat onze religie verschillend is, maar het geeft toch wel een soort van binding. Als ik zie hoe zij met haar geloof bezig is, dan herken ik wel dingen in haar toewijding. Ze is weleens mee geweest naar de bijbelkring en naar mijn koor.

Niet mijn beste vriendin

In het begin investeerde ik wat meer, nu is ze er gewoon. Maar het is niet mijn beste vriendin of mijn zus. Als ik weet dat ze ergens goed terechtkomt kan ik haar ook prima missen. We willen er wel mee doorgaan, hierna opnieuw iemand gastvrijheid bieden. Maar op voorhand ja zeggen tegen een lange periode is wel spannend. Dus misschien toch eerst weer twee weken om te kijken hoe het gaat.”

Foto: Rinske Bijl
Foto: Rinske Bijl